Selecteer een pagina

Onlangs liep ik in de boekhandel tegen Miljonair met een gewone baan van Oeds-Jan Postma aan. De schrijver beweert dat financieel onafhankelijk zijn voor iedereen is weggelegd, ook als je een modaal inkomen hebt. Het boek wekte mijn nieuwsgierigheid en ik besloot het mee te nemen. Klopt het dat iedereen miljonair kan worden? En zo ja: hoe dan?

Van Porsche naar poen
Postma begint het boek met zijn eigen verhaal. Het was altijd zijn jongensdroom om een echte Porsche te bezitten. Toen hij na zijn studie economie zijn eerste vaste baan kreeg begon hij daarom met sparen. Om zijn doel zo snel mogelijk te behalen bezuinigde hij waar mogelijk en leefde een bescheiden leven. Na een paar jaar werken en sparen had hij de helft van de Porsche al bij elkaar gespaard, maar ondertussen was er ook een nieuwe droom ontstaan: een MBA-opleiding in Amerika, die ongeveer hetzelfde zou kosten. Hij koos voor de opleiding. De behoefte aan de Porsche verdween naar de achtergrond: Postma besefte dat hij zijn bescheiden manier van leven hem gelukkig maakte en dat bezit niet (meer) zo belangrijk voor hem was. Als enige van zijn MBA-klas ging hij voor een goed doel werken. Dat betekende een minder hoog salaris, maar wel de mogelijkheid om iets goeds te doen voor de wereld. Ondertussen bleef hij sparen en investeren en op zijn vierenveertigste tikte zijn vermogen de miljoen aan. Het klinkt allemaal niet heel spannend en volgens Postma is dat het ook niet: vermogen vergaren zou simpel moeten zijn en is volgens hem voor iedereen weggelegd.

Het zijn net mensen
Het persoonlijke verhaal van Postma is symbolisch voor de rest van het boek. Volgens Postma zijn veel miljonairs bescheiden mensen die leven op een manier die weinig van doen heeft met wat we in de media voorgeschoteld krijgen. Exotische uitspattingen doen het goed in tijdschriften en op de televisie, maar de meeste miljonairs zijn van eenvoudige komaf. Ze blijven wonen in de buurt waar ze opgegroeid zijn, rijden in auto’s die nauwelijks meer kosten dan gemiddeld (volgens dit boek rijdt slechts 2% van de miljonairs in Ferrari’s of Porsches) en geven ze niet bijster veel geld uit aan kleding of dure horloges. Kortom: het zijn net mensen.

Het is overigens nog maar de vraag of Postma miljonairs niet iets té bescheiden afschildert: volgens het onderzoek Miljonairs in cijfers 2019, dat Koost Arts van het CBS op verzoek van Van Lanschot uitvoerde, woont 42% van de miljonairs in een koopwoning met een waarde van een half miljoen euro of meer. Onder niet-miljonairs is dit slechts 3%. Het rapport meldt ook dat miljonairs vaak meer, nieuwere en zwaardere auto’s bezitten dan niet-miljonairs. Daarnaast hebben ze vaker oldtimers en motorfietsen. Uiteraard zijn er miljonairs die bescheiden leven met tweedehandsauto’s en een rijtjeshuis in een Vinex-wijk, maar dit geldt dus zeker niet voor iedereen.  

Bezuinigen en sparen
Maar hoe worden we nu miljonair? Moet je daarvoor een succesvolle ondernemer worden, een zo hoog mogelijk salaris verdienen of op allerlei alternatieve manieren aan extra geld zien te komen? Nee, volgens Postma is dat allemaal niet nodig. Het is juist belangrijk dat we anders gaan denken over geld. We moeten ons geldbewustzijn vergroten. Hebben we alles wat we kopen daadwerkelijk nodig, maakt het ons echt gelukkiger? Postma meent dat dit vaak niet het geval is. Het hebben van vermogen maakt ons gelukkiger, omdat het vrijheid geeft en rust, maar een duurdere auto, een groter huis of meer spullen vaak niet (zie ook het artikel Maakt geld gelukkig?). Het is dus zaak onze consumptieverslaving in toom te houden en ons niet te laten verleiden door allerlei marketingtrucs en reclameuitingen. Hiermee kan je jezelf een hoop uitgaven besparen.

Daarnaast adviseert Postma om kritisch te kijken naar wat je nu uitgeeft. Zijn er abonnementen die je stop kan zetten, ga je vaak uit eten, heb je dure hobby’s of zijn er andere dingen waarop je kan bezuinigen? Besteed je klussen uit die je met een beetje moeite prima zelf kan doen? Zelfs huisdieren en zorgverzekeringen moeten eraan geloven. Het moet natuurlijk wel leuk blijven: je bent te streng voor jezelf als je zoveel bezuinigt dat je je leven minder leuk vindt. Af en toe een uitspatting moet ook kunnen. Maar, zo meent hij, je zal zien dat je veel zaken helemaal niet zal missen. Wie op zoek is naar bespaartips zal in dit boek ruim aan z’n trekken komen.

Postma schrijft dat het voor vrijwel iedereen mogelijk is om 30% van het maandelijkse inkomen te sparen. Voor iemand met een dubbelmodaal inkomen die getrouwd is met een fijne partner die ook geld in het laatje brengt zal dit ongetwijfeld geen enkel probleem zijn, maar het lijkt mij wat kort door de bocht om te stellen dat dit voor iedereen haalbaar is. Enfin, laat ik me voor nu beperken tot wat er in het boek staat. Er wordt een tip van Warren Buffett aangehaald: spaar niet wat je overhoudt aan het einde van de maand, maar geef uit wat je overhoudt nadat je gespaard hebt. Gelijk een vast bedrag opzijzetten dus. Hoe hoger hoe beter, zodat je des te sneller je droom bereikt.

Het achtste wereldwonder
Nu we goed bezig zijn met geld opzijzetten, komen we bij de vraag hoe je je vermogen laat groeien. Daarbij komt het zogenaamde achtste wereldwonder om de hoek kijken: rente op rente. Op deze manier kan je je geld voor je laten werken, in plaats van dat jij voor je geld moet werken. Als je rendement op je vermogen weet te maken, kan het exponentieel groeien. Als je de tijd ook nog eens z’n werk laat doen, kan je binnen twintig jaar financieel onafhankelijk zijn. (Een en ander is uiteraard afhankelijk van het startkapitaal, de maandelijkse inleg en het rendement.)

Op dit moment is het niet erg rendabel om je geld op een spaarrekening te stallen. De rentes zijn laag en door inflatie wordt het geld steeds minder waard. Actief beleggen brengt de nodige risico’s met zich mee; Postma geeft toe hier zelf niet altijd even succesvol in te zijn. Vermogensbeheerders zijn duur. Blijft over: indexbeleggen. Elke maand geld inleggen in passieve ETF’s die de indices volgen is volgens Postma de snelste en makkelijkste weg naar succes. ETF’s hebben als voordeel dat de kosten laag zijn en de spreiding hoog. Hierbij is het wel van belang dat je een weloverwogen mix maakt tussen aandelen en obligaties om de risico’s nog verder te beperken. Indien gewenst kan je ook beleggen in vastgoed; beleggen in grondstoffen raadt hij af. Door maandelijks in te leggen middel je de koersschommelingen uit. Eens per jaar plan je een moment in om je portfolio opnieuw te balanceren en klaar is Kees. Een beetje saai misschien, maar het geeft de meeste kans op een bovengemiddeld rendement.

Het kan!
Al met al is miljonair worden, of beter gezegd: financieel onafhankelijk (ook als dat met minder dan een miljoen kan), volgens Postma een fluitje van een cent als je de discipline maar weet op te brengen om maandelijks zoveel mogelijk geld opzij te leggen en het op een verstandige manier te investeren. Er valt weinig tegenin te brengen, behalve dat het boek soms wel heel erg leest als een pleidooi voor een zo sober mogelijk leven. Money mindset heeft bovendien met veel meer te maken dan enkel met kijken hoe je zoveel mogelijk kan bezuinigen. Er zijn altijd mensen die het op een andere manier doen. Zo kwam ik een interview tegen met business influencer Charlotte van ’t Wout, die zichzelf door Amsterdam laat vervoeren via Uber. “Mensen zeggen dan: ga toch fietsen. Maar ik kan veel doen in een half uur taxi: mails beantwoorden, iemand bellen, of even voor me uit staren. Kost een tientje, maar je wint tijd en gemak.” zegt ze in een interview op de website van LINDA. Het is dus zaak om je eigen weg hierin te zoeken. Dit boek, toegankelijk geschreven en verfraaid met quotes, tabellen, grafieken en afbeeldingen, is daarbij een prima inspiratiebron. Het is hoe dan ook fijn om te weten dat het kan, miljonair worden met een gewone baan!

Het boek heb ik zelf gekocht en dit artikel bevat geen gesponsorde inhoud.